Nieuwsbrief Voorjaar 2013

 

s Morgens nooit laat en s avonds nooit vroeg .

 

Dat was het motto in de beurtvaart volgens Gerrit Koks, 85 jaar en voormalig matroos op de Frans Naerebout in de periode 1951 tot 1954.

Ruud Muller en Ton Breur interviewden deze krasse kerel op 22 maart jl. in zn woonhuis te Goes.

In 1948, zo steekt de heer Koks van wal, ben ik getrouwd en gaan varen op de Stad Goes, die een beurtvaart onderhield op Helmond. Maar ik was pas getrouwd en niet veel thuis; dat wilde ik toch niet. Dus ben ik terecht gekomen bij Jo Dekker, de schipper op de Frans Naerebout.

Vanaf de Joachimikade in Goes werd twee keer in de week op maandag en donderdag - een beurtvaart op Rotterdam onderhouden en maakten we een tussenstop in Dordrecht aan de Bomkaai, waar we grote flessen zuur laadden. Daarna voeren we naar het Noordereiland in Rotterdam. Met goed tij deden we 5 uur over die tocht, maar zat het tij tegen, dan was 7 uur varen heel normaal.

We keken in die tijd altijd heel goed naar het tij en bepaalden zodoende wanneer we het beste konden vertrekken. Het werken op de Frans Naerebout beviel me wel; t was een prettig schip met een fijne 80 pk Kromhout motor en een makkelijk te bedienen laadboom, de giek zoals wij die noemden, aangedreven door een krachtige motor op dek.

In Rotterdam werden balen erwten en graan van 100 kilo geladen en verder alles wat aangeboden werd. Graan werd ook wel los geladen aan een elevator; dat kon door in het ruim schotten te plaatsen. Later kwam daar ook meel van Meneba uit Leiden bij. De Frans Naerebout had een sterk dek en daarom konden we vaak ook grote deklasten vervoeren.

De tweede afvaart was van woensdag op donderdag en dan werd er na terugkomst op vrijdag en zaterdag weer geladen voor de maandag. t Was vaak zwaar en veel werk, maar ik was wel wat vaker thuis. Later maakten we soms ook nog een tussenstop in Kortgene, maar met de sterke stroming op de Oosterschelde en de Zandkreek was dat niet altijd even gemakkelijk.

De Frans Naerebout had toen een zwaar stokanker en het viel niet mee om dat overboord te krijgen. Bij gelegenheid namen we ook zeilschepen op sleeptouw omdat die nog geen motor hadden en niet tegen de stroming vooruit kwamen.

Met schipper Jo Dekker kon ik het goed vinden, het was een prettige en rustige man en als matroos had ik geen slecht leven, maar ook geen geweldig salaris. Overuren werden niet betaald.

Later voeren ook zn vrouw en 3 kinderen mee. Zij woonden in de roef en ik had voor in de punt mn plekje waar ik sliep en mn potje kookte. Wat ik daarvoor nodig had, kreeg ik van thuis mee.

Eten met de schipper was er niet bij, maar de koffie was altijd wel goed.

 

Geconcentreerd keek de heer Koks naar de vele fotos die we middels de laptop konden tonen en alle nieuwsbrieven die er inmiddels zijn verschenen.

Toch vooral de gedateerde fotos hadden zn bijzondere belangstelling en het is verbazingwekkend dat hij bij vele fotos precies kon vertellen waar dat was en wanneer.

Op maandagochtend in 1953 na de ramp werden we door havenmeester Staal opgeroepen om hulpgoederen te halen in Rotterdam. Bij Goese Sas , dicht bij de sluis, dreven dood vee en halve daken; dat was een verschrikking. Op de Oosterschelde was alle bebakening weg, maar met onze routine wisten we de weg toch wel. Zo hebben we toen diverse tochten gemaakt en vervoerden we alles wat nodig was. Vanaf 1954 ben ik zgn. kaaiwerk gaan doen. Dat was echt zwaar werk.

Mn record was 100 ton op n dag. Maar de verdiensten waren beter en ik was elke dag thuis. Later ben ik gaan werken bij Volker in Rotterdam en daar ben ik na de nodige cursussen gevolgd te hebben op een kraan terecht gekomen. Zodoende ben ik ook betrokken geweest bij de afsluiting van het Veerse Meer. Weer even daarna heb ik op de grote kranen in Kats gedraaid, waar de betonnen onderdelen voor de Zeelandbrug werden gefabriceerd.

En nu waren we onlangs 65 jaar getrouwd, ontvingen de felicitaties van Carla Peys en kwam de burgemeester op bezoek. Maar we zijn nog actief en hebben interesse voor computers ( er staan er maar liefst 3 in de kamer waar we zaten ) en zijn kortgeleden ook weer 3 maanden in Portugal geweest; dan kunnen we via de webcam het thuisfront gewoon volgen.

Tijdens mn bezoekjes aan de Frans Naerebout doet het me plezier dat t scheepje zo opknapt. Men is daar goed bezig, hoewel sommige dingen noodzakelijkerwijs aan de tegenwoordige tijd zijn aangepast.